|
Stichting Sterrenwacht "ECLIPTICA" Telescoop ervaringsrapport GSO 8"-Ritchey-Chretien |
|
Astrofotografie bevindingen met de GSO Ritchey Chretien 8” / F9 telescoop. door: Peter Pulles
Inleiding Onlangs werd ik benaderd om de nieuwe Ritchey Chretien telescoop van het merk Guan Sheng Optical te testen. De commerciële aspecten laat ik echter graag links liggen, het ging mij om de kans om er eens een te proberen. Verder wil ik aangeven dat het geen vergelijk van kijkers betreft, geen test, maar het weergeven van mijn persoonlijke bevindingen vanuit mijn eigen perspectief.
Uiterlijk vertoon Een telescoop is om door te kijken niet om naar te kijken, maar het oog wil ook wat, dus hier eerst maar eens een globale beschrijving van het uiterlijk van de kijker. Het instrument ziet er eenvoudig en bescheiden, zelfs kaal uit. Geen logo's, geen streepjes, ook geen typeplaatje met technische gegevens zoals opening, brandpuntsafstand en openingsverhouding.
Op de focusser staat het merk en het type focusser: een Crayford Style precision 10:1 micro. Het type dat zo onderhand standaard begint te worden op de meeste kijkers en da's niet verkeerd want ze presteren heel wat beter dan de 'rack and pinion' focussers die op goedkope telescopen schering en inslag zijn nog. Deze eenvoud doet niets af aan de keurige en fraaie constructie en afwerking. Eerlijk gezegd had ik dit niet verwacht van dit Chinese merk. Alle onderdelen zijn netjes en precies vervaardigd en afgewerkt. De kijker oogt eigenlijk saai. In eerste instantie denk je even met een C8 van Celestron of de vrijwel identieke 8 inch SCT van Skywatcher te maken hebben. Die indruk ontstaat door de antracietgrijze carbon fibre buis met zwart metalen achterzijde. Maar daar houdt de gelijkenis ook meteen op. Aan de voorzijde blijkt al snel dat dit een heel ander instrument is. Daar zie je na het verwijderen van de hardkunststof deksel, een frontring met spiders en in het midden een vangspiegel. Deze bevat ook geen logo of anderszins. Verder valt op dat er geen collimatieschroeven zitten zoals bij een SCT-telescoop. De vangspiegel zit gefixeerd en kan niet gejusteerd worden. Daarentegen zitten aan de achterzijde drie sets met druk en trekschroeven ten behoeve van de collimatie.
Mechaniek Eerst maar eens de standaard Crayford focusser zoals omschreven beschrijven. Daar is niets mis mee, hij voldoet zeer behoorlijk, mits strakker afgesteld. Want de focusseertubus kon ik makkelijk naar buiten trekken en met name als er een camera aan hangt. Het was dan ook nodig om de frictie te verhogen met de stelschroef en de inbusboutjes, om dit te verhelpen. Het is even priegelen maar wel te doen. Verder heb ik tijdelijk een motorfocusser “n-Focus” van Rigel Systems bevestigd; ik werk immers op afstand en goed focusseren is een wezenlijke voorwaarde voor geslaagde opnamen. De GSO focusser is direct aan te passen met deze lowbudget motorset. Een klusje dat echt niet meer dan enkele minuten in beslag neemt. Het werkt zeer goed en met slechts een 130 euro heb je heel veel waar voor je geld en nog meer comfort!
Montering De kijker weegt .... (heb geen weegschaal, later gewicht nog vermelden) en is daarmee best zwaar. En dat bepaalt meteen de klasse en soort montering die nodig is voor serieuze compromisloze astro-imaging. Een te lichte montering is een grote handicap enz al echt goede opnamen in de weg staan. Mede vanwege de lange brandpuntsafstand zal elke trilling hinderlijk zijn. Een stabiel platform is dan ook een vereiste. In afwachting van helder weer, heb ik de kijker eerst eens op mijn eigen Vixen GP montering op reisstatief geplaatst.
Met ruim 8 kg aan contragewicht had die montering en flinke kluif aan de kijker en was hij tot de top belast (vergeet maar wat de fabrikant aan draagvermogen opgeeft, da's veel te rooskleurig). Omdat er nog geen camera en zoeker op de kijker was bevestigd, rijst het aan zekerheid grenzende vermoeden dat er minimaal een HEQ5 nodig is om deze kijker goed te ‘dragen' en een opstelling te krijgen die stabiel genoeg is om zonder trillingsproblemen en anderszins astrofotografie te bedrijven met deze telescoop. Wellicht dat een GP-DX of Sphinx het nog net aan kan, stabiel genoeg, maar ook dan vermoed ik dat er niet veel marge over is, zeker niet bij wind. Een EQ6, GM8 of CGE zou beter zijn. Heel anders is dat met mijn Gemini G-42 montering: die heeft geen enkele moeite met deze kijker, voorzien van camera en zoeker, verwarmingslinten, flip-mirror, framing oculair en een bundel kabels en daarnaast een 80mm volgkijker met flip-mirror en kruisdraadoculair etc.
De grijze CF-buis staat overigens ook fraai naast de rode William Optics 80mm Doublet Fluoriet apo die ik nu als volgkijker gebruik voor deze kijker. Maar da's natuurlijk een subjectief oordeel ;-)
Backfocus Rond de kerstdagen en de dagen erna waren er vele fraaie heldere nachten, waardoor ik de kijker ook snel aan een toets in de praktijk kon onderwerpen. Een eerste visuele test wees uit dat er bij waarnemen met het blote oog, het brandpunt ver achter en zelfs buiten de kijker ligt. Een diagonaal en evt nog een verlengbus is een vereiste om een scherp beeld te krijgen. Ook in geval er een camera gekoppeld wordt is er een lange backfocus.
Met gebruik van een flip mirror was de focussertubus een klein stukje uitgedraaid. De T2 ring van de camera was direct op de T2 uitgang van de flipmirror bevestogd. In deze confoguratie hoefde de focuseertubus niet ver uitgetrokken te worden. Indien er en filterwiel tussen zouy komen, dan zou er waarschijnlijk geen focus meer bereikt kunnen worden omdat deze te ver naar achter ligt; de tubus zou dan verder naar binnen moeten maar dat kan niet meer. Hierdoor zou de kijker zelf beter wat langer kunnen zijn, of de focusser eens tukje korter.
Vignettering De opnamen vertonen vignettering bij gebruik van de Canon 350D. Doordat de focus een ebhoorlijk stuk achter de kijker ligt, ontstaat er een effect alsof je door een keukenrolkoker kijkt. Dit heeft te maken met de chipgrootte van de 350D. Indien je een kleinere chip zou hebben zoals bij veel ccde camera;s, dan is er minder of geen last van vignettering. In mijn geval, met de 350D is nu extra beeldbewerking noodzakelijk. Hieronder is in de linkeropname de vignettering bij een DSLR extra naar voren gehaald.
In deze rechter opname zie je dat er met beeldbewerking dit wel te verhelpen is. Overigens kan het ook via een zogenaamd flatframe verholpen worden, maar uiteraard is dat extra werk, het zou idealiter zo moeten zijn dat er geen vignettering op zou treden. Bij een korter backfocus zal dat het geval zijn. Het grote backfocus heeft echter ook een voordeel: er is nu ruimte genoeg om een flip mirror te gebruiken, hetgeen anders lastig of onmogelijk zou zijn. Als je geen flip mirror gebruikt (maar welke astrofotograaf doet dat niet nu er al voor rond de 70 euro een goede verkrijgbaar is) zou je een verlenbgbus mieten toepassen. In feite zie je dat ook bij de moderne apo refractoren doorgaans de kijkerbuislengte zodaniog koret gehouden wordt dat er meestal verlengbussen (extenders) nodig zijn. Dit om zowel visueel met een diagonaal als fotografisch met een flip mirror en filterwiel etc te kunnen werken. .Een en ander maakt een kritische kleuze van de te gebruiken camera belangrijk, of andersom: als je al een camera hebt, dan moet je goed overwegen of je die kunt gebruiken bij deze kijker.
Collimatie Het beeld visueel leek er al op te wijzen dat de kijker (nog) niet goed gecollimeerd was. Bij het maken van de eerste testopnamen werd dat bevestigd. Foto's van het Trapezium in de Orionnevel em de nevel zelf, wezen uit dat er geen puntvormige sterbeeldjes weergegeven werden, ook al was de kijker exact in focus. Er was daarentegen een vlekje afgebeeld met daarbinnen een donker cirkeltje. Bij een opname van Sirius was te zien dat er een dubbele spider afgebeeld wordt en dat het licht vooral naar één kant uitgestraald wordt.
Geen goede opnamen dus, Omdat naast goed scherpstellen ook collimeren het verschil tussen een goede of slechte foto maakt, heb ik de volgende nacht de kijker gecollimeerd. Met behulp van een Baader precisie collimator (wàt een uitvinding!!!), was dit een klusje van ongeveer 15 minuten. Na het plaatsen van de collimator was duidelijk te zien dat de laserstip ver buiten de optische as stond.
Het afstellen is even lastig maar met beleid en kleine stukjes verdraaien, had ik binnen een minuut of vijf de optiek al voldoende gecentreerd. De laserstip viel nu precies in het centrale gat op het raster. Na het grof afstellen via de collimator, heb ik de fijnafstelling visueel gedaan met een 27mm oculair. Ook aan de intra- en extrafocale sterbeeldjes is te zien dat de collimatie goed is.
Het collimeren gaat overigens door het losdraaien van drie kleine verzonken inbusschroefjes. Daarna kunnen drie grotere inbusboutjes in en uitgedraaid worden. Dit is wel even oefenen want behalve dat je snel te ver draait en goed in de gaten moet houden welke richting bij welke schroef welk effect heeft, is er maar weinig spelingsruimte. Maar het ging toch vlot en al snel kon ik aan de slag. Een volgend probleem diende zich echter aan.
Reflecties Opvallend is dat bij heldere objecten, of sterren in de buurt van objecten, zoals de ter Alnitak bij de Paardekopnevel, en zo ook bij M42, er hinderlijke reflecties ontstaan. Waar deze vandaan komen heb ik niet kunnen achterhalen, maar ik vermoed dat het reflecties zijn in de kijkerbuis, langs de ringen aan de binnen zijde en/of aan de binnenzijde van de centrale baffletubus.
Condens op hoofd- en vangspiegel Gaandeweg kwam ik nog een negatief aspect tegen van deze kijker. Op een gegeven moment kwamen er namelijk steeds meer gesluierde opnamen op de laptop binnen. Eerst weet ik het aan bewolking maar toen ik poolshoogte ging nemen bleek dat zowel de hoofdspiegel als de vangspiegel bedauwd waren. Na het drogen met een föhn, heb ik de vangspiegel en de kijkeropening voorzien van dauwverwarmingslinten. Daarmee was het probleem meteen verholpen en zelfs bij 99% luchtvochtigheid en 7 graden vorst waarbij de rijp op de kijker stond, bleef alles schoon. Het gebruik van minimaal een dauwkap, maar liever ook dewheaters, is dus een warme aanbeveling. Het aanbrengen van een lint rond de vangspiegel zoals ik dat nu deed is vanzelfsprekend niet ideaal. Er zijn echter speciale linten voor dat doel te koop (Kendrick). Na het nemen van deze hobbels, kon ik dan eindelijk eens aan het imagen gaan. Wat leverde dat op?
Resultaten Met een opening van 200mm en een lichtwaarde van F9, is de brandpuntsafstand 1800 mm . Dat is een mooie maat voor de combi met mijn Hutech-Canon 350D: M42 past mooi geheel er op.
De brandpuntsafstand van 1,8m maakt dat je een bepaalde categorie objecten als fotomodel krijgt. Voor mij opende er bijvoorbeeld z\ich een heel nieuwe catebgorie: namelijk objecten die nu in veel meerd etail af te beelden zijn, meer vergroot of ingezoomd zo te zeggen. Als voorbeeld zie je hier het verschil tussen M42 in een 80mm f480 F6 William Optics Apo refractor. Vergelijk het maar eens met de bovenstaande M42 opname genomen door GSO.
Deze kijker naast een wide field apo, maakt dan ook een erg interessante combi. Voor de Canon 350D is de brandpuntsafstand echter ook wel kritisch: ik krijg niet meer de fraaie pinpoint sterbeeldjes die ik met de apo's gewend ben. De resolutie van de 350D chip maakt dat er een maximale effectieve brandpuntafstand is die nog zin heeft. Een resolutie van 2" tot 3 " per pixel geeft een goed resultaat voor deepsky objecten. Dit wordt met de Canon 350D bereikt met een kijker die een focaallengte heeft die varieert tussen de 400 en 600mm. Een kleine goede refractor voldoet al gauw aan die eisen. Een laag f-getal zorgt voor kortere belichtingen. Ook is het volgen met zo'n resolutie een stuk eenvoudiger. Dat is ook de reden waarom ik met mijn 350D vrijwel uitsluitend met apo refractoren werk. Hoe hoger de resolutie hoe hoger de eisen aan de nauwkeurigheid van de montering. Voor de GSO RC 8” komt de resolutie in boogsec./pixel op 0,73 uit. Dat geeft dus de blobbige sterbeeldjes in de opname en daardoor blijven de opnamen verstoken van fijne details. De GSO RC is dus wellicht meer geschikt voor echte CCD camera's met een hopgere resolutie per pixel. We gaan daaromn de kijker nog testen met een ccd camera. Wat zoals gezegd interessant is, is de vele grotere afbeeldingsgrootte van objecten. Melkwegstelsels en planetaire nevels komen nu in beeld, letterlijk, daar waar ze met de snelle apo-refractoren waar ik mee werk, niet interessant zijn omdat ze te klein afgebeeld worden. Dat prikkelde mij zeer maar dan zou dus een ‘dedicated' ccd camera zijn intrede moeten doen. En dat is geen optie voor mij, ik blijf met DSLR werken en dus met apo's.
Beeldresultaat en eindoordeel Ondanks de genoemde manco's heb ik toch wel redelijke representatieve opname kunnen maken van diverse objecten. Hieronder toon ik ze. De gegevens staan er bij vermeld.,
Eindoordeel Deze kijker zou door GSO flink verbeterd kunnen worden om echt waar voor het geld te bieden. Met een prijskaartje van 1999 euro koop je nu nog een aantal onvolkomenheden. In de huidige staat is er echter veel te zeggen om dan een 8 inch F10 Schmidt Cassegrain te nemen die voorzien is van een crayford focusser. Hoewel ook een SCT niet ideaal is, biedt die voor minder geld nu wellicht nog een betere kwaliteit en toepasbaarheid. Daarmee word ik in mijn persoonlijke (!) oordeel bevestigd dat ik niet voor niets gekozen heb om te werken met goede apchromatische of minstens ED refractoren. Deze RC-kijker is voor mijn fotodoeleinden en mijn DSLR dan ook nog niet aantrekkelijk genoeg. Desondanks is mijn indruk dat bij goede collimatie, een wat korter backfocus, en zonder reflecties en de juiste imager ( hoge resolutie ccd camera met wat kleinere chip), dit een heel prettige en geschikte astrofotokijker kan zijn voor veel astrofotografen die met een redelijk budget een voordelige keus willen. Deze bevindingen zijn doorgespeeld naar AstroTech en GSO. Blijkbaar waren er echter al zoveel kijkers gemaakt dat ze niet veranderd konden worden en gewoon op de markt zijn gezet, met verlengbussen zodat men toch ion focus kan komen. Ik ben benieuwd of de fabrikant deze kijkertoch nog verder gaat verbeteren. Zo ja, dan zal ik graag de test herhalen en er over berichten. Als we meer getest hebben met een ccd camera melden we tzt hier ook. Arkel, 9 januari 2009 Sterrenwacht De Linge Peter Pulles
naar de:
|